__CONFIG_colors_palette__{"active_palette":0,"config":{"colors":{"31522":{"name":"Accent Dark","parent":"56d48"},"56d48":{"name":"Main Accent","parent":-1}},"gradients":[]},"palettes":[{"name":"Default","value":{"colors":{"31522":{"val":"rgb(4, 1, 4)","hsl_parent_dependency":{"h":307,"l":-0.12,"s":0.52}},"56d48":{"val":"var(--tcb-skin-color-0)"}},"gradients":[]},"original":{"colors":{"31522":{"val":"rgb(13, 49, 65)","hsl_parent_dependency":{"h":198,"s":0.66,"l":0.15,"a":1}},"56d48":{"val":"rgb(55, 179, 233)","hsl":{"h":198,"s":0.8,"l":0.56,"a":1}}},"gradients":[]}}]}__CONFIG_colors_palette__
Willewiis logo

Voorlezen


"Rupsje Nooitgenoeg", "Wie heeft er op mijn hoofd gepoept", "Raad eens hoeveel ik van je hou". Wie is er niet groot geworden met prentenboeken? Door samen lezen horen kinderen nieuwe woorden en zinnen, die ze door het verhaal begrijpen. De fantasie wordt geprikkeld en wordt er gewerkt aan de luistervaardigheid.


Waar vind ik geschikte boeken?

De meest prachtige prentenboeken zijn overal te vinden. Boekwinkels, bibliotheken, kringlopen...

Zelfs bij ons in de praktijk kun je (prenten)boeken lenen! Heb jij thuis boeken liggen die niet meer worden gelezen? Je mag ze bij ons in de praktijk in de zwerfboekenkast leggen, dan maken we er andere kinderen blij mee.

Een boek kiezen

Het ene kind komt zelf met een boek, het andere kind wordt enthousiast wanneer je zelf een boek pakt. Kies altijd een boek dat past bij wat je kind leuk vindt, of aansluit bij een thema. Kies bij jonge peuters voor een boek dat je in één keer kunt uitlezen. Lees nieuwe boeken eerst zelf eens door, dan weet je hoe het verhaal gaat en heb je alvast ideeën bij het voorlezen. Lees ook regelmatig boeken voor met veel plaatjes.

Begint je kind door het boek te bladeren? Helemaal goed, kijk mee naar de plaatjes en geeft het de tijd.

Algemene tips
  • Wanneer je de boeken in het zicht legt, bijvoorbeeld in een boekenvakje of een rekje, zal de vraag om voor te lezen vaker komen.
  • Creëer een vast voorleesmoment om samen een boek te lezen, bijv. voor het slapengaan. Dit zorgt voor duidelijkheid en structuur.
  • Lees een boek een aantal keer in de week en herhaal het na een aantal weken. Hierdoor herkent en begrijpt je kind het boek en de woorden steeds meer.
  • Is de aandacht even weg? Leg het boek aan de kant: lezen moet vooral leuk zijn.
  • Kiest je kind een boek met veel tekst? Je kunt zelf de tekst korter maken. Vertel het belangrijkste, waardoor het verhaal nog is te volgen. Je hoeft niet precies te lezen wat er staat.

Tijdens het lezen
  • Probeer het voorlezen zo interactief mogelijk te maken. Bij interactief voorlezen praat je over het boek. Je stelt vragen over het verhaal en de plaatjes en gaat in op wat het kind zegt.
  • Pak allereerst de voorkant erbij: Waar zou het boek over gaan? Laat je kind vertellen en sluit daarop aan.
  • Houd een rustig leestempo aan. Je kind hoort dat beter wat je zegt en heeft de tijd dit te verwerken.
  • Om een verhaal meer te laten spreken, kun je gebruik maken van intonatie. Je stem is ten slotte je instrument en kan een verhaal heeeeeel spannend maken, of een beetje verdrietig... *snik... en doen geluiden na: BOEM!!! (en stamp bijvoorbeeld met je voet op de grond). Maak het verhaal nog levendiger door bewegingen en gebaren te gebruiken, luider en zachter te praten en stemmetjes te gebruiken.
  • Bekijk samen de afbeeldingen en benoem wat je ziet. 'Waarom doet die dat?' 'Hee, kijk!' (en wacht op wat je kind zegt).
  • Na plotselinge gebeurtenissen en spannende stukjes kun je even een pauze nemen. Dan kan het even bezinken en is je kind in afwachting van wat er gaat gebeuren.
  • Bij nieuwe woorden kun je uitleg geven door te vertellen wie dat heeft, op internet een plaatje ervan te laten zien en het woord ook in andere zinnen te gebruiken. Synoniemen kun je ook gebruiken: woorden die hetzelfde betekenen, zoals handschoen en want. Heb je het voorwerp toevallig bij de hand? Pak het erbij en bespreek het, dan is het nog duidelijker wat je bedoelt.
  • Stop met lezen bij moeilijke woorden en een lang stuk tekst. Je kunt daarover vragen stellen: 'Wat is dat eigenlijk?' 'Heb je dat weleens gezien/gedaan?' 'Oei, wat is er nu gebeurd?' of: 'Wat zou er gaan gebeuren?'. Stel vooral open vragen: vragen die je niet met 'ja' of 'nee' kunt beantwoorden.
Na het lezen

Na het lezen kun je een activiteit doen die past bij het boek. Speel na een verhaal over dieren bijvoorbeeld een dierenmemory (of Kroko Loko!), of maak bijvoorbeeld samen een knutsel van een auto na een verhaal over voertuigen. Ook liedjes sluiten mooi aan op verhalen. Op YouTube vind je veel liedjes per thema en ook op bijvoorbeeld SchoolTV vind je filmpjes die kunnen aansluiten.


Deel je deze tips graag met anderen of wil je ze printen?


Baby's

Wist je dat er boeken speciaal voor baby's zijn? Baby's zien vooral contrasten: veel babyboekjes zijn zwartwit met felle kleuren.

Als je het boek stil houdt, kan de baby er goed naar kijken. Later zullen ze het boek ook zelf willen vasthouden.

Later beginnen baby's te bladeren en gerichter naar de plaatjes te kijken.

Knisperboekjes zijn dan erg leuk, die maken geluid. Ook flapboekjes zijn vaak in trek.

Samen een liedje zingen dat past bij het boek sluit mooi aan.


Onderwerpen in Logopedie