Wiishoekje

Weetjes over taal, leren en dyslexie!

Spreken bij kinderen met dyslexie

Tijdens spreken ervaren kinderen met dyslexie de minste hinder van lees- en/of spellingproblemen.  Er is aangetoond dat leerlingen met dyslexie problemen hebben met het oproepen van woorden uit het langetermijngeheugen. Vaak ligt het woord op het puntje van hun tong, iets wat we allemaal wel eens hebben, maar bij kinderen met dyslexie komt dit veelvuldig voor. Ze kunnen er niet opkomen. We spreken dan van woordvindingsproblemen, de woordenschat is echter wel goed! Kinderen met dyslexie kunnen door de woordvindingsproblemen bij spreken voor een groep meer stress ervaren, omdat ze weten dat ze niet altijd op de juiste woorden kunnen komen. Hierdoor worden de woordvindingsproblemen vaak nog erger. Laat een leerling zoveel mogelijk ontspannen tijdens dit soort spreeksituaties, misschien door te beginnen met een grapje. Humor laat mensen ontspannen (hierover later meer). Laat leerlingen voldoende spreekervaring opdoen voordat ze alleen voor de klas moeten spreken.


Taalontwikkelingsstoornis (TOS)

Een TOS, voorheen: ESM, is niet zichtbaar, vaak lastig uit te legeen en daarom relatief onbekend. Vaak wordt het verward met dyslexie, stotteren, een taalachterstand of autisme. Een vroege diagnose is belangrijk, zodat op tijd met de juiste behandeling kan worden gestart. Tot het zevende jaar is er veel winst te behalen. Zo valt te voorkomen dat achterstanden steeds groter worden. Kinderen met een taalontwkkelinsgstoornis hebben moeite om taal te begrijpen of om zich begrijpelijk uit te drukken. De exacte oorzaak is onduidelijk, mogelijk ligt het probleem in de hersenen.


Taalachterstand

Alle kinderen met TOS (taalontwikkelingsstoornis) hebben een taalachterstand. Maar niet alle kinderen met een taalachterstand hebben een taalontwkkelingsstoornis. Een taalachterstand kan ontstaan als een kind in de eerste levensfase weinig te maken krijgt met taal. Bijvoorbeeld doordat ouders weinig voorlezen of weinig praten met hun kind. Of omdat het gehoor (tijdelijk) minder was door oorontstekingen. Soms krijgt een kind te weinig  gelegendheid om zelf te praten , omdat zijn of haar zinnen steeds worden afgemaakt. Een kind dat weinig met taal in aanraking komt, leert eingelijk nooit goed praten of taal te gebruiken en te begrijpen. De taalachterstand heeft in dat geval dsu niets te maken met een probleem in de hersenen.
lees meer over taal bij kinderen op www.kindentaal.nl

Nieuws

Wil je de nieuwsbrief ontvangen? Meld je dan hier aan.








   

©2017 Logopedie Willewiis
ontwikkeld door WIE